Menu

· Stuurplan Defensie
· Landcomponent
· Bevrijding-5 Linie
· Commando Elementen
· Galerij Korpscommandanten
· Galerij Korpsadjudanten
· Galerij Korpskorporaals
· Locatie
· Contactadres
Stuurplan Defensie

Inleiding

In December 2003 heeft onze Regering het Stuurplan Defensie goedgekeurd. Dit document is in feite een bijsturing van het Strategisch Plan Voor De Modernisering van de Krijgsmacht, dat dateerde van Mei 2000. Deze aanpassing van het Strategisch Plan was noodzakelijk omwille van de wijzigingen in de strategische en veiligheidscontext (terrorisme, toegenomen onstabiliteit), evenals omwille van de noodzaak om binnen de beperkingen van een strikt budgettair keurslijf toch voldoende ruimte te creëren voor de investering in nieuw materieel de volgende jaren. Hierna vindt u enkele van de krachtlijnen van dit Stuurplan en van de gevolgen ervan voor ons Regiment.

Strategische oriëntaties van Defensie

De voornaamste doelstelling van het Belgische Veiligheids- en Defensiebeleid is "bijdragen tot vrede en veiligheid in de wereld".
De VIJF pijlers van dat beleid zijn:

  • Versteviging van de Europese identiteit inzake veiligheid

  • Behoud van de transatlantische band

  • Versterking van de rol van de Verenigde Naties

  • Steun aan de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa

  • Samenwerking met de landen van Europa en Afrika

De operationele opdrachten en taken van de Krijgsmacht die door de Regering gedefinieerd werden, zijn:
  • Opdrachten

  • - Collectieve verdediging (Art V WEU, Art 5 NAVO)
    - Crisis response (buiten collectieve verdediging)
    - Defensiediplomatie
    - Repatriëring van onderdanen
    - Deelnemen aan de strijd tegen terrorisme

  • Taken

  • - Hulp aan de natie
    - Internationale humanitaire hulp

De "opdrachten" zijn de core business van de Krijgsmacht; Defensie investeert hiervoor in capaciteiten die getraind personeel, gepast materieel en een geschikte infrastructuur omvatten.

Om deze opdrachten te kunnen uitvoeren in een operationele context en om te kunnen voldoen aan onze internationale verplichtingen, beschikt de Krijgsmacht actueel over volgende selectie van capaciteiten.

Systematiek van operationele capaciteiten en subcapaciteiten

Op het nationaal-strategisch niveau:
  • Een subcapaciteit commando

  • Een subcapaciteit inlichtingen

Op het operatief/tactisch niveau:
  • Een projecteerbare mediane capaciteit (inclusief specifieke subcapaciteiten in de domeinen commando, inlichtingen, manoeuvre, vuursteun, bescherming en logistieke/medische ondersteuning)

  • Een projecteerbare tactische luchtcapaciteit (inclusief specifieke subcapaciteiten in de domeinen commando, inlichtingen, manoeuvre, vuurkracht, bescherming en logistieke/medische ondersteuning)

  • Een maritieme capaciteit voor mijnenbestrijding en escorte
    (inclusief specifieke subcapaciteiten in de domeinen commando, inlichtingen, manoeuvre, vuursteun, bescherming en logistieke/medische ondersteuning)

  • Een subcapaciteit strategisch/tactisch luchttransport



Een "capaciteit" omvat alle menselijke, materiële en immateriële aspecten van het potentieel om een strategisch, operatief of tactisch effect ("end state") teweeg te brengen, zelfs in een vijandige omgeving. "Subcapaciteiten" worden opgebouwd door een samenstelling van basiscellen van verschillende soorten. De basiscel is geconcipieerd voor het vervullen van één enkele elementaire taak en is in principe ondeelbaar. Door samenvoeging van basiscellen (van verschillende soort) worden modules samengesteld waaruit de functionele of tactische gebruikseenheden opgebouwd zijn. De termen module en gebruikseenheid zijn NIET gebonden aan een bepaald commando-echelon.

Voor iedere opdracht of taak bestaat een "beste oplossing" die beroep doet op de beste competenties aanwezig in de Belgische Krijgsmacht. Het geheel van de middelen van de Krijgsmacht vormt daarom EEN strijdkrachtenreservoir waaruit geput wordt om de task force voor ieder project of operationele inzet op maat samen te stellen.

Het personeel en de middelen die voorbestemd zijn voor de operationele inzet zijn gegroepeerd in de Componenten. De Commandant van de Component is verantwoordelijk voor de algemene paraatstelling van zijn personeel en middelen, en voor de ontwikkeling van de specifieke competenties en identiteit die eigen zijn aan de Component. De middelen van de Componenten zijn georganiseerd in de permanente of tijdelijke commandostructuur van organieke Eenheden en Grote Eenheden. Deze structuur is noodzakelijk voor de cohesie en de training, maar de eenheden zullen niet noodzakelijk als dusdanig ingezet worden in operaties. Voor ieder project of operatie worden de capaciteiten, subcapaciteiten en modules door de Componenten (Land, Lucht, Marine, Medische) ter beschikking gesteld van het project of de commandant van de operatie.