| Op
16 september 2003 hield onze eenheid een herdenkingsplechtigheid
op de markt te Maaseik. Deze plechtigheid kadert
in de jaarlijkse herdenking van de bevrijding
van de stad Maaseik op 22 september 1944 door
de Brigade Piron. Onze eenheid is traditiedrager
van deze roemrijke Brigade.
Historiek
Op Maandag 11 september 1944 bevrijdde de Brigade Piron Leopoldsburg. Dinsdag
12 september 1944 ontdekte men dat Kerkhoven vrij
was. Tevens viel die dag Hechtel in handen van
de Britten na een zes dagen durende strijd. De
terugtrekkende Duitsers waren niet van zin om
het gebied zomaar over te laten en zich achter
de Zuid-Willemsvaart terug te trekken. Op woensdag
13 september 1944 stelde de Brigade zich defensief
op langs de lijn Heppen – Leopoldsburg - Kamp
van Beverlo, om dan later onder artillerievuur,
haar opmars verder te zetten naar Heppen en de
bossen van Oostham. Op donderdag 14 september
1944 stak het pantsereskadron verder door tot
aan het Verbindingskanaal. Alle Duitsers trokken
zich terug ten noorden van het Verbindingskanaal.
De Brigade zuiverde de streek tot aan het Verbindingskanaal
Schelde-Maas. Het pantsereskadron bezette Balen
en de Maat. De Duitsers toonden zich nog zeer
actief. Op vrijdag 15 september 1944 gaf Generaal
Brian Horrocks in de bioscoop Splendid te Leopoldsburg
(stond schuin tegenover het station) de historische
order aan alle bevelhebbers van de landstrijdkrachten
die deelnamen aan de Operatie ‘Market Garden’.
Op zaterdag 16 september 1944 deden de Duitsers
een tegenaanval aan de Maat te Balen. Om 00.45
uur laten de Duisters de Maasbrug in Maaseik springen.
Gedurende de voorbije dagen gebeurden er verscheidene
razzia’s in Maaseik en omstreken door Fallschirmjägers,
waarbij er verscheidene personen werden opgepakt.
Ook hier waren de executies schering en inslag.
Op zondag 17 september 1944 startte officieel
de Operatie ‘Market garden’. Deze operatie was
een gecombineerde grond- en luchtoperatie van
de Gealllieerden en had tot doel de Duitsers de
allesbeslissende nekslag toe te brengen. Vanuit
hun bruggenhoofd nabij Beringen rukten de Engelsen
op naar het noorden, richting Valkenswaard-Eindhoven,
om daar contact te maken met de Amerikaanse en
Engelse luchtlandingsdivisies, die op die historische
zondag van de 17 september landden nabij Eindhoven,
Grave, Nijmegen en Arnhem. De parachutisten hadden
de taak zich meester te maken van de vitale bruggen
over de Nederlandse waterwegen in de corridor
Eindhoven-Arnhem. Het beoogde doel werd, ondanks
de moedige strijd van de Britten bij Arnhem, nooit
verwezenlijkt. Duitsland zal nog standhouden tot
mei 1945. In het kader van deze groots opgezette
operatie kreeg de Belgische Brigade Piron de opdracht
om – via Bree, Maaseik en Ophoven – op te rukken
naar het Kanaal van Wessem-Nederweert en zodoende
de flank van de corridor te beveiligen. Het was
de bedoeling dat de Brigade – op Nederlands grondgebied
– nog werd versterkt met een eskadron Amerikaanse
tanks. Deze dag begon de opmars richting Nederland.
De gepantserde eenheden van de Britse Guards Armoured
Division rukten op langs de lijn Hechtel-Nijmegen,
met het doel contact te maken met de nabij gelande
luchtlandingstroepen. De Brigade kwam onder bevel
van het VIIIe (UK) Corps. De Brigade
Piron had de opdracht om de rechterflank van dit
Corps – tijdens de aanvang van zijn opmars – te
beschermen. De Batterij Artillerie bleef voorlopig
onder bevel van de artilleriecommandant van het
XXXe (UK) Corps. Ze ging bij Neerpelt
in stelling en nam binnen de grenzen van haar
schootsveld, deel aan de voorbereiding en de steun
van de aanval, die uitgevoerd werd door de Guards
Armoured Division. Boven Maaseik en omstreken
vlogen honderden Geallieerde vliegtuigen, sommige
met zweefvliegers achter zich, naar het noorden.
Op maandag 18 september 1944 ontving men de volgende
orders van de Brigadecommandant:
“Een grote
operatie wordt voorbereid. Het XXXe Corps moet oprukken in Nederland
in de richting Zuiderzee, met steun van meerdere luchtvervoerde divisies,
terwijl de Amerikanen oprukken richting Keulen. Het VIIIe (UK)
Corps, tot hetwelk de Belgische Brigade behoort, zal de tussenstelling houden
en geleidelijk oprukken tot aan de Maas. De Belgische Brigade zal een
concentratiezone bezetten tussen Peer en Bree. Het Eskadron zal de verkenningen
tot aan het kanaal beschermen”.
signaleerde het Eskadron om 19.15 uur, dat al aan zijn verkenningen vanuit
Hechtel begonnen was, dat de vijand de oostelijke
oever van het kanaal bezette en de uitgangen van
Bree observeerde. In Thorn (NL) waren de Duitsers
koortsachtig in de weer om versterkingen aan te
leggen. Op
woensdag 20 september 1944, nadat de Brigade Piron
het begin van de opmars van de Guards Armoured
Division had ondersteund, maakte ze een sprong
voorwaarts, teneinde de regio Peer-Bree te bezetten.
Om 03.30 uur verliet de Brigade Leopoldsburg en
begaf zich naar de streek tussen Peer en Bree.
Om 05.00 uur installeerde de Staf zich te Meeuwen.
De 2e Gemotoriseerde Eenheid bezette
om 07.50 uur het kanaal ter hoogte van Bree, terwijl
het Eskadron de rest van de kanaaloever bezette.
De twee andere eenheden bleven in reserve. De
3e Gemotoriseerde Eenheid bezette om
14.00 uur Kaulille, de 1e Bocholt en
de 2e bleef in Bree. De Brigade werd
in de regio, met een breedte van 15 kilometer,
geconfronteerd met hardnekkige tegenstand van
de Duitse parachutistenregimenten ‘Grasmehl’ en
‘Hardegg’, die onder andere waren samengesteld
uit veteranen die op Kreta hadden gevochten. Omstreeks
15.00 uur circuleerden nog steeds vijandelijke
patrouilles ten westen van het kanaal. Het Pantsereskadron
werd ingezet om deze streek te zuiveren. In de
sector van Kaulille staken om 17.45 uur Duitse
patrouilles het kanaal over in de richting van
het westen . Zij trokken zich terug als er op
hen gevuurd werd.
Donderdag
21 september 1944 werd omstreeks 12.15 uur de 1e Gemotoriseerde Eenheid
hardnekkig onder vuur genomen door Duitse scherpschutters. Om 17.15 uur maakte
de 3e Gemotoriseerde Eenheid drie parachutisten krijgsgevangen. Om
18.40 uur botste een patrouille van de 3e, in Kaulille in de
richting van het kanaal, op een Duitse patrouille. Soldaat Frans Rombauts (17
juli 1921 – 21 september 1944) werd dodelijk getroffen. Een peloton van het
Pantsereskadron bleef de ganse dag de zuidelijke oever zuiveren. Op vrijdag 22 september 1944 stuurden de
drie eenheden patrouilles met detachementen van de Genie tot aan het kanaal, om
de overschrijdingsmogelijkheden te onderzoeken. Het Eskadron stuurde een
patrouille te voet over. Deze patrouille leende fietsen bij de burgerbevolking
en patrouilleerde 3 km in de richting van Weert, zonder vijand te ontmoeten. Om
12.25 uur kreeg de 2e Gemotoriseerde Eenheid opdracht patrouilles te
sturen naar de as Bree-Kinrooi-Maaseik, de 1e Gemotoriseerde Eenheid
ten noorden van bovenvermelde as. De Genie maakte vlotten om de nodige motors
over te brengen. Een patrouille van de
2e Gemotoriseerde Eenheid, bestaande uit 7 man op 4 moto’s en
uitgerust met radio’s, onder bevel van kapitein Moos, trok via Kinrooi en
Neeroeteren, Maaseik binnen om 18.35 uur. De vijand had zich nauwelijks enkele
uren voordien, teruggetrokken in de richting van Kessenich-Ittervoort. De
patrouille van de 1e Gemotoriseerde Eenheid had de Zuid-Willemsvaart
voorbij Weert bereikt. De patrouilles trokken ’s avonds terug achter het kanaal
te Bree. Luitenant Lefevre verkende de gesprongen bruggen over het kanaal te
Bree en Bocholt. Op zaterdag 23
september 1944 slaagde de Brigade erin om de Zuid-Willemsvaart nabij
Bocholt (sluis 18) over te steken. Gemotoriseerde patrouilles verkenden hierna
de streken van Weert, Hunsel, Ittervoort en Thorn. Hierbij bleek dat de
Duitsers de oostelijke oever van het kanaal Nederweert-Wessem stevig in handen
hadden, met bruggenhoofden in Mildert, Ell, Hunsel en Wessem. Er worden enkele
krijgsgevangenen gemaakt. Om 16.40 uur verwezenlijkte de motorpatrouille van de
2e Gemotoriseerde Eenheid het contact met de Amerikanen te Maaseik.
Opnieuw trokken de patrouilles zich ’s avonds terug achter het kanaal.
Zondag
24 september 1944, de Brigade ontving bevelen om op te
rukken tot het Kanaal van Wessem. Hiervoor moest, terwijl de regen met bakken
uit de hemel viel, te Bree een brug met een capaciteit van 40 Ton gebouwd
worden. Op maandag 25 september 1944 verkeerden
de restanten van de acht dagen daarvoor bij Arnhem neergelaten Geallieerde
parachutisten, in een hopeloze situatie. Generaal Montgomery’s luchtsprong over
de Rijn naar Arnhem bleek ten koste van vele mensenlevens te overmoedig, een
brug te ver, te zijn geweest. Het ineenschrompelende Arnhemse bruggenhoofd
moest worden prijsgegeven. Binnen de smalle corridor, die over land vanuit
België via Eindhoven en Grave naar Nijmegen leidde, bevonden de geallieerden
zich in een hachelijke positie. Tussen hun rechterflank en de Maas stond een
vastbesloten Duitse Wehrmacht. Het was van overlevingsbelang om onverwijld de
Duitse verdedigers uit het gebied tussen de enge corridor en de Maas te
verdrijven. Tegelijk met de terugtocht van de overgebleven parachutisten uit
het onhoudbare landingsgebied bij Arnhem, kreeg een Amerikaanse Pantserdivisie
opdracht om Noord-Limburg via Overloon en Venray door te stoten naar de Maas.
De Amerikanen probeerden tezelfdertijd vanuit de omgeving van Sittard langs de
oostelijke Maasoever noordwaarts te trekken naar Roermond. In het midden van
deze frontsector, die zich uitstrekte van Overloon tot Sittard, moest de
Belgische Brigade Piron uit de richting van Bree, Nederlands Limburg
binnentrekken om daarna op te rukken naar het kanaal van Wessem naar
Nederweert. Met dit gecombineerde offensief hoopten de Geallieerden de Duitse
verdediging ten westen van de Maas op te ruimen.
Om 10.00 uur was de ‘Brussels
Bridge’ over de Zuid-Willemsvaart te Bree klaar en voorafgegaan door het
Pantsereskadron, rukten de Gemotoriseerde Eenheden op in de richting van het
kanaal van Wessem.
|