|
September 1944
Op 02 september 1944 werd Kolonel Piron op het hoofdkwartier
van het XXXth Korps te Beaumetz-les-Loges, ten zuidwesten van Arras,
ontboden. Hij liet zijn voorthollende Groepering achter en meldde zich bij
Generaal Horrocks, die hem laconiek zij: “Morgenavond wil ik Brussel
binnentrekken. Onze tanks zullen de weg vrij maken, u zult ons volgen en elke
weerstand opruimen die we onderweg tegenkomen.” Als in een droom begon de
opmars naar België. Op 03 september 1944 reed de Brigade Piron, in het kielzog
van de Guards Armoured Division, via Rogny, België binnen. De opmars ging ’s
anderendaags verder naar onze hoofdstad. Terwijl onze Brigade zich oprolde in
de regio van Brussel, stootte de Guards Armoured Division verder door. Op 06
september 1944 plande deze Divisie een aanval over het Albertkanaal. De 5th
Brigade waagde bij Kwaadmechelen een verrassingsaanval. Doch toen de eerste
voertuigen van de Household Cavalry de brug naderden, vloog deze de lucht in.
Meer naar het oosten, in Beringen, had de 32nd Brigade wel succes.
De brug over het kanaal bleek slechts gedeeltelijk vernield. Luitenant Shuldham
en zijn 2nd Platoon probeerden eroverheen te kruipen. De brug lag
echter onder hevig Duits vuur. Er werd reeds een aanval met stormboten gepland,
in samenwerking met de tanks van het 3th Squadron van de Welsh
Guards, toen een burger kwam vertellen dat de Duitsers zich terugtrokken.
Luitenant Buchell van het Carrier Platoon stak als eerste de brug over, gevolgd
door Majoor Miller en de Prince of Wales Company. De 3th en de 4th
Company verstevigden het bruggenhoofd. Het bruggehoofd werd nadien mede
verdedigd door de infanteristen van de Prinses Irene Brigade. Beringen werd pas
op 11 september volledig bevrijd. Die zelfde dag om 13.30 uur stak de Brigade
Piron het Albertkanaal te Beringen over om vervolgens zijn opmars verder te
zetten naar Leopoldsburg.
| Deze
foto is genomen op 07 september door oorlogscorrespondent Sgt Midgley. Aan de
voet van de brug hebben infanteristen van de Prinses Irene Brigade en de Irish
Guards zich ingegraven. Een 6-pounder antitankkanon is in stelling gebracht en
Shermans van het 1ste Bataljon Welsh Guards rollen het bruggehoofd
binnen. (Uit ‘België 44 van Peter Taghon’) |  |
 | Wanneer een groep krijgsgevangenen over
de brug in Beringen komt gelopen, neemt Sgt Midgley
deze foto. Dat het in het bruggehoofd nog altijd
menens is, blijkt uit de uitrusting van de twee
Britten die hen begeleiden. Op hun rug hangt nog
een bandoleer met munitie en op hun Lee Enfield
(geweer) steekt de spijkerbajonet. (Uit ‘België
44’ van Peter Taghon). |
| Op de restanten van
de brug van Beringen sloeg de Britse genie vrij snel een noodbrug waar overheen
de Guards de aanval voortzetten. Hier rijden enkele White half-tracks over het
bouwwerk. Naats de reling van de houten brug staan ook nog elementen van een
Baileybrug. Enkele verkenners van de Household cavalry overleggen naast hun
Stuart. (Uit ‘België 44’
van Peter Taghon). |  |
 | Fotograaf Sgt Midley fotografeerde deze
Duitse krijgsgevangenen vlak bij de brug over
het Albertkanaal te Beringen. Wat direct opvalt,
zijn de lange camouflagevesten met Luftwaffe-adelaar,
zo kenmerkend voor de Luftwaffe-infanterie. (Uit
‘België 44’ van Peter Taghon). |
September 2003
Thans herinnert een monument in de Brugstraat te Beringen,
aan de gebeurtenissen van 6 september 1944 die het leven kostten aan enkele
Britse soldaten en aan weerstander Nicolaas Cillen uit Ellikom. De Nederlandse
Brigade ‘Prinses Irene’ was de Nederlandse tegenhanger van de Brigade Piron en
heeft een analoge ontstaansgeschiedenis. Bevrijding – 5de Linie is
de traditiedrager van de Brigade Piron en het 17de Pantser
Infanterie Bataljon is de huidige traditiedrager van de Nederlandse Brigade
‘Prinses Irene’. Tevens is de stad Beringen de peterstad van onze eenheid.
Gezien de historische banden wordt er jaarlijks op 06 september een herdenking
gehouden door het gemeentebestuur, beide ‘zustereenheden’, Oudstrijders en
Vaderlandslievende Verenigingen.

Bloemen
neerlegging door Luitenant-kolonel Stafbrevethouder
Roger Housen.
|